Zachte, verstikkende transfobie – de uitspraken van Chimamanda Ngozi Adichie

Evie Embrechts

 

Sinds enkele dagen is er felle discussie over enkele uitspraken van bekende feministe en schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie (ze heeft verschillende boeken geschreven en werd heel bekend door haar TED-talk “We should all be feminists”).

Welke uitspraken?

So when people talk about, you know, “Are trans-women, women?” My feeling is, trans-women are trans-women.

bron: deze video

De rest van het interview is nog pijnlijker, maar laten we hier beginnen. De bedoeling en toon achter deze uitspraak is heel duidelijk: afstand nemen. Transvrouwen zijn geen vrouwen. Is het de distantiëring van iemand die hoopt op respect van de mainstream?

Chimamanda herkent duidelijk deels het probleem: ze schrijft zelf in een verontschuldiging / verduidelijking:

Because I have been the subject of much hostility for standing up for LGBTQ rights in Nigeria, I found myself being very defensive at being labeled ’t rans phobic.’ My first thought was – how could anyone think that?

I didn’t like that version of myself. It felt like a white person saying ‘I’m not racist, I supported civil rights.'”

bron: haar eigen Facebook, deze status

Waarom zijn die uitspraken verkeerd?

Om te beginnen: als je iemand wil laten spreken over transvrouwen, nodig dan een transvrouw uit. De “feelings” van Chimamanda, met alle respect voor haar overige domeinen van expertise, doen er werkelijk niet toe als het gaat over transvrouwen.

Met haar uitspraken plaatst ze transvrouwen buiten haar definitie van vrouwen. De ondertoon is: you can’t sit with us. Niet aan de nette-echte-vrouwen tafel. Het is een uitspraak die uitsluit. Misschien is die uitspraak niet zo bedoeld, maar helaas, intentie versus effect: ook onbewust uitsluitende uitspraken zijn uitsluitend.

Laat ons het eens hebben over gedeelde ervaringen: vrouwen hebben niet allemaal dezelfde ervaringen. De achtergrond, levens, ervaringen, wensen, wegen van alle vrouwen zijn enorm verschillend. Op basis daarvan sluiten we geen vrouwen uit… gaan we zeggen dat arme vrouwen niet dezelfde ervaring hebben als middenklasse vrouwen en daarom dan geen vrouwen zijn maar arme vrouwen? Neen. Maar met transvrouwen gebeurt dat wel. Voortdurend.

We zouden het kunnen hebben over privileges maar ook hier weer, die veranderen voor iedereen. Als een arme vrouw iets meer gaat verdienen, wel kan rondkomen, houdt ze dan op vrouw te zijn? Nee. Mag ze nog bij aan tafel zitten? Of omgekeerd: een rijke vrouw kan haar geld gebruiken om een deel van haar onderdrukking als vrouw te verzachten. Ondervindt ze dan geen seksisme meer? Jawel.

“But I don’t think it’s a good thing to conflate everything into one.” Puur theoretisch kan ik het daar mee eens zijn: laten we ruimte scheppen voor alle vormen van onderdrukking, privileges, discriminaties, ervaringen… aan te horen, te analyseren… dat is nodig voor onze beweging en onze menselijkheid. Maar de uitspraak hier is opnieuw bedoeld om te zeggen: transvrouwen horen niet bij de rest van de vrouwen.

Het vervolg maakt het probleem duidelijk: “I don’t think it’s a good idea to talk about women’s issues being exactly the same as the issues of trans-women.”

Ervaringen moeten niet exact dezelfde zijn voor we van onderdrukking kunnen spreken. Nog eens? Ervaringen moeten niet exact dezelfde zijn voor we van onderdrukking kunnen spreken. Seksisme neemt veel vormen aan, het blijft seksisme. Vrouwen wiens ervaringen verschillen van andere vrouwen, houden niet op vrouwen te zijn.

Ik ga voor één keer eens de gruwel aan om enkele analogieën op te schrijven, eens kijken hoe die klinken:

  • Zijn arme vrouwen vrouwen? Ik zou zeggen dat arme vrouwen arme vrouwen zijn. We moeten niet alles op een hoop gooien.
  • Zijn lesbische vrouwen vrouwen? Ik zou zeggen dat lesbische vrouwen lesbische vrouwen zijn. We moeten niet alles op een hoop gooien.

Feminisme heeft een inclusieprobleem. Het is al van het prille begin van feminisme dat bijvoorbeeld zwarte vrouwen, lesbische vrouwen… worden uitgesloten, en dat gaat nog steeds door. Het komt meer naar buiten, er wordt meer over gesproken, maar het is niet opgelost. Idem voor trans vrouwen, maar daarover wordt nog veel te weinig gesproken. De cis (niet-trans) vrouwen kan het vaak niet veel schelen, dus als er bijvoorbeeld vorming over gegeven wordt (zoals ik vorig jaar kon meemaken in vrouwenhuis Amazone) komen er niet al teveel opdagen. Dus wordt er daar weinig over bijgeleerd, weinig over nagedacht, doen cismensen niet vaak de nodige introspectie en zelfkritiek om hiermee beter te leren omgaan.

Feminisme heeft een inclusieprobleem; de feministische beweging heeft nog heel wat werk voor de boeg voor werkelijke transacceptatie.

De uitsluiting en slechte behandeling van transvrouwen in de feministische beweging komt niet alleen van zogenaamde TERFS: een anti-trans haatgroep vergelijkbaar met de ku klux klan of de N-VA of neonazi’s of Pegida of dergelijke. Het probleem zit hem niet (alleen) in de behandeling door deze extreme haatgroepen, maar in de manier waarop de rest van de samenleving, de rest van de feministische beweging, daarmee omgaat. Dat het hen niet kan schelen. Dat ze het toelaten.

Dat is een heleboel bondgenoten en mensen die hun best doen niet te na gesproken. Het is alleen zo dat de mainstream niet transinclusief is, niet echt. Er is een aarzelende tolerantie. Dat is niet goed genoeg.

Waarom zijn die uitspraken gevaarlijk?

Transpersonen zijn een zwaar onderdrukte groep in deze wereld. Zo onderdrukt, eigenlijk, dat we nog maar aan het prille begin van onze bevrijding staan. Ons “kruispunt” wordt heel vaak nog niet meegenomen in discussies en analyses van feminisme, zelfs door mensen die zichzelf wel als kruispuntdenkers zien. (Intersectionalisme, kruispuntdenken, is zowat de huidige standaard van feminisme, waarin we rekening houden met meerdere onderdrukkingen en hoe die elkaar raken en versterken).

Uitspraken kunnen eraan bijdragen ons in een onderdrukte positie te houden en dat is slecht voor onze levens, onze vooruitgang, onze gezondheid. Er sterven elk jaar al genoeg transvrouwen: vermoord of door zelfdoding in een harde gruwelijk genderbinaire maatschappij.

Ik word bang van dergelijke uitspraken. Ze breken een schild dat ik misschien heb opgebouwd om mezelf wijs te maken dat transvrouwen welkom zijn in de feministische beweging. Ze versterken de legitimiteit van haatgroepen en mensen zoals Germaine Greer – die transvrouwen publiek out en hen daarmee blootstelt aan geweld – of zoals Sheila Jeffreys en Janice Raymond, die de theoretische basis schrijven voor de extremere transhaat. Als “gewone” feministen zoiets al zeggen…

Wat nu?

Ik zou zeggen: verontschuldigingen zijn wel op zijn plaats, maar de verontschuldigingen waren niet erg gelukt. Ze waren – zoals zo vaak – geen echte verontschuldiging, ze spreekt nog steeds aarzelend/uitsluitend over transvrouwen.

Nu moet iedereen bijleren, en iedereen maakt fouten. Het is één van de vele nadelen in een wereld zoals de onze: dat sommige mensen plots tot boegbeeld of superster worden gekatapulteerd. Ze bereiken dan heel veel mensen met hun uitspraken en worden serieus genomen. Soms is dat handig, soms niet. Van experts wordt verwacht dat ze over alles een mening hebben. Haar woorden hebben veel impact en daarom zijn ze des te bedreigender. De feministische wereld is weer een beetje minder veilig geworden voor transvrouwen nu. Dat is vreselijk.

Op deze blog kan je heel wat leesmateriaal vinden van enkele bloggers over transgender zaken. Dat kan alvast helpen. We raden cis (niet-trans) mensen aan om eerst goed te luisteren naar ons, na te denken, te lezen, niet direct uitspraken te beginnen doen en half-goedbedoelde half-mottige vragen te begnnen stellen. Dat gezegd zijnde is er wel degelijk een gebrek aan goede informatie over transpersonen, die van transpersonen zelf komt en niet van haatgroepen. Langs de andere kant: als mainstream kranten al respectvol kunnen schrijven over transpersonen, waarom feministen dan niet…

We should all be feminists…

Deze tekst verscheen eerder al op de blog De Tweede Sekse