Trans literatuur

door Hanna

If I didn’t define myself for myself, I would be crunched into other people’s fantasies for me and eaten alive. — Audre Lorde

Over trans mensen wordt de laatste jaren veel gesproken en ook veel geschreven. De wereld heeft ons ontdekt en de media zijn door ons gefascineerd, op het vermoeiende af soms. Maar we zijn nog niet bevrijd. Alle artikelen, nieuwsitems, films en boeken dragen misschien bij tot een beetje begrip bij cis mensen en dat is al heel wat. Maar voor emancipatie en bevrijding is meer nodig. Om echt te worden wie we zijn, zullen we onze eigen stem moeten ontwikkelen, we zullen onze eigen perspectieven moeten zien te vormen op die lastige lichamen van ons. Cis mensen kunnen dat niet voor ons doen.

Een belangrijk medium voor die ontdekkingstocht naar onszelf als trans mensen is de literatuur. Daar is volop ruimte om onszelf lastige vragen te stellen en ook om te onderzoeken hoe onze specifieke onderdrukking ons beschadigd heeft en misschien ook wel om erachter te komen hoe we die onderdrukking te boven kunnen komen. Toen ik in transitie ging waren boeken van trans schrijvers een belangrijk houvast voor mij, een middel om mezelf een beetje beter te begrijpen. Het waren voornamelijk Canadese en Amerikaanse romans en verhalenbundels, zoals Nevada van Imogen Binnie. Ik vind het moeilijk om te beschrijven wat ik voelde toen ik dat boek las. Eindelijk was er dan een door een trans vrouw geschreven roman over een trans vrouw, die niet overduidelijk autobiografisch was en die niet voor de zoveelste keer het bekende transitieverhaal afdraaide. Hier was een trans schrijfster die een nieuw verhaal vertelde. Bovendien richtte ze zich niet tot het cis publiek, maar tot andere trans mensen. Later had ik bij de verhalenbundel A Safe Girl to Love van Casey Plett een vergelijkbare ervaring: de levens van de jonge trans vrouwen in die verhalen zijn veel rijker (en soms ook tragischer) dan de clichés over ons doen vermoeden.

Inmiddels is er in Noord-Amerika een echte trans literatuur aan het opbloeien, met jonge schrijvers als Kai Cheng Thom, Meredith Russo, jia qing wilson-yang en Ryka Aoki. Onlangs verscheen een bundel met literaire (trans) erotica van trans schrijvers, Nerve Endings, en er komt dit jaar een bundel uit met sciencefiction en fantasy van trans schrijvers, Meanwhile, Elsewhere, mede onder redactie van de hierboven genoemde Casey Plett. Het is niet zo vreemd dat het veel kleinere Nederlandse taalgebied hier pover bij afsteekt. Tot voor kort waren het toch vooral sterk autobiografische teksten die met een cis lezerspubliek in het achterhoofd geschreven waren. Het waren (dappere!) trans mensen die tekst en uitleg gaven aan cis mensen. Het was een literatuur die misschien sympathie kweekte, maar trans mensen niet echt verder bracht.

de verdieping en verrijking in de verhalen van en over trans mensen lijkt zich voort te zetten

Toch lijkt er ook in het Nederlandse taalgebied iets te veranderen. Een paar jaar geleden verscheen Mijn valse verleden van Alex Bakker, weliswaar een autobiografische tekst, maar één waarin de transitie niet op de voorgrond staat en waarin op een genuanceerde manier een zeer individuele geschiedenis wordt beschreven. Dit is niet het zoveelste voorbeeld van het genre van de trans memoir. En die verdieping en verrijking in de verhalen van en over trans mensen lijkt zich nu voort te zetten met de in 2016 verschenen roman Aldus Sybren van Micha Meinderts.

Ik moet toegeven dat ik aanvankelijk sceptisch was, omdat het boek als autobiografisch wordt gepresenteerd met op de cover nog de verzekering dat het om een “roman over een jonge transgender man” gaat (een toevoeging die “trans memoir!” schreeuwt), maar gaandeweg raakte ik toch gegrepen. Het boek is geschreven in een vlotte stijl waarin weinig ruimte is voor trage bespiegelingen en het bevat veel dialoog, waardoor ik het in een paar zittingen uitlas.

De hoofdpersoon, Sybren, is opgegroeid in de VS als kind van Nederlandse ouders uit de middenklasse, die voor het werk van zijn vader naar de VS waren verhuisd toen Sybren acht was. Hij is zes jaar getrouwd met zijn jeugdliefde, Brian, als hij door zijn transitie zodanig is vastgelopen in zijn relatie en zijn leven dat hij besluit om te scheiden en in Nederland, een land dat hij nauwelijks nog kent, een nieuw leven op te gaan bouwen. In Nederland vindt hij werk als webdeveloper in het bedrijf van zijn oom, bij wie hij ook een tijdje inwoont. Vanuit die beginsituatie zien we hoe Sybren probeert om zijn leven op te bouwen: hij raakt goed bevriend met een collega en met een Nederlandse vrouw die hij voor zijn verhuizing alleen online kende, wordt (ongelukkig) verliefd op de jongen van de sportschool, verhuist naar Rotterdam en krijgt een relatie die er hoopvoller uitziet.

Het trans zijn en vooral het niet zichtbaar trans zijn speelt hem bij dat alles steeds parten. De mensen die weten dat hij trans is behandelen hem rottig, stellen ongepaste vragen, misgenderen hem. De jongen op wie Sybren ongelukkig verliefd is, wil over niets anders meer praten nadat hij erachter is gekomen dat Sybren trans is. Die ervaringen maken dat hij op zijn hoede is en grotendeels in stealth leeft, wat een voortdurende spanning in zijn relaties geeft. Hij let voortdurend op zijn woorden als hij over zijn verleden praat. Ook dat hij als trans man op mannen valt, vinden mensen maar vreemd of in ieder geval ongelukkig en in de homoscene blijkt lang niet iedereen trans mannen te accepteren, om het mild uit te drukken.

Seksualiteit is voor veel trans mensen een lastig onderwerp, maar ik vind dat dit boek het goed doet. De moeite die Sybren met zijn lichaam heeft, vooral als het om seks gaat, is pijnlijk duidelijk, maar het houdt hem uiteindelijk niet tegen om een bevredigende seksuele relatie te hebben. Het gevoel van opluchting en vooral ontroering als hij door de ander bemind wordt zoals hij is en zijn trans zijn niet meer hoeft te verstoppen is heel herkenbaar. Juist die seksscènes zijn voor mij de ontroerendste stukken van het boek. De schrijver laat daarbij ook goed zien dat helemaal geaccepteerd worden zoals je bent niet hoeft te betekenen dat het makkelijker wordt om je eigen lichaam te accepteren.

Micha Meinderts heeft ook een mooie vorm gevonden om het verhaal te vertellen. Het heden wordt door Sybren verteld en die hoofdstukken worden afgewisseld met hoofdstukken die in de vrouwelijke derde persoon worden verteld en die zijn leven voor zijn transitie beschrijven. Dat “zij”-perspectief schept precies de afstand en vervreemding die veel trans mensen beschrijven als ze met hun oude leven geconfronteerd worden. Ook in de tekst zelf wordt er veel gespeeld met dat gegeven van de transitie die het leven op verschillende manieren in tweeën deelt, zoals in het antwoord van Sybrens moeder op zijn vraag of ze om hem gerouwd heeft toen hij in transitie ging: “Ik mis het kleine meisje dat je was net zo erg als het kleine jongetje dat je nooit hebt kunnen zijn.” Een zin die zowel ontroerend is, als een mooie vondst.

Hopelijk is deze roman het begin van een bloeiende Nederlandstalige trans literatuur. We hebben veel meer boeken nodig om de veelheid van manieren om trans te zijn recht te doen. En het is aan ons als trans mensen om die boeken te schrijven. De lat ligt na deze roman in ieder geval weer ietsje hoger.

Oorspronkelijk gepubliceerd op Why So Feminist?